dinsdag 2 maart 2010

Muurtje bouwen

In de lessen van vandaag hebben we een aantal punten behandeld:
- Inventarisatie vragen studenten
- Ervaringen in de stage
- Muurtje bouwen
- Verbale en non-verbale communicatie
- Opdracht voor de volgende keer

Bij het derde streepje staat: Muurtje bouwen. Het is handig voor het algemene idee dat we onze eigen ideeën over goed onderwijs op een rijtje kregen. Daarom hebben we een oefening gemaakt. We moesten een 'muurtje bouwen' van kaartjes. Op deze kaartjes stonden stellingen over goed onderwijs. Per persoon moesten we deze stellingen op volgorde van belangrijk neerleggen. Ik heb mijn stellingen genummerd van categorie 1 tot en met categorie 5. Hierbij is categorie 1 voor mij het meest belangrijk en categorie 5 voor mij het minst belangrijk. Dit is mijn 'muurtje':

1.
- Het belangrijkste doel van het onderwijs is om kinderen zelfredzaam en zelfverantwoordelijk te maken.
- Als leerkracht moet je gedifferentieerd lesgeven.
- Er moet net zo veel tijd zijn voor spel, gesprek en vieren als voor werk.
- Kinderen leren alleen als ze betrokken zijn.
- Kinderen leren het meest door zelf actief met leerstof aan de slag te gaan.

2.
- Kinderen worden betrokken bij het beoordelen van hun eigen werk.
- Kinderen moeten leren dat je sommige dingen ook gewoon moet doen, ook al vind je ze niet leuk.
- Kinderen worden gevolgd door hun individuele prestaties in beeld te brengen en te kijken of ze zich t.o.v. zichzelf ontwikkelen.
- Het onderwijsaanbod moet afgestemd zijn op de doelgroep.

3.
- Kinderen worden gevolgd d.m.v. een leerlingvolgsysteem waarin je individuele uitslagen kunt afzetten tegen de norm.
- De leerkracht kijkt wat er leeft bij kinderen en gebruikt dat als uitgangspunt voor de lessen.
- Kinderen zijn zelf verantwoordelijk wanneer ze welke taken doen.
- De leerkracht bepaalt wat kinderen moeten leren en wanneer.
- Evalueren gebeurt door het afnemen van gevalideerde toetsen.

4.
- Bij het lesgeven moet je uitgaan van het gemiddelde kind in de groep.
- Aan de hand van methodes kun je als leerkracht zien of kinderen voldoende en snel genoeg leren.
- Kinderen leren het meest in homogene groepen.
- D.m.v. observaties kun je als leerkracht kijken of kinderen zich goed ontwikkelen.
- Kinderen leren het meest door te luisteren naar de uitleg van de leerkracht.

5.
- Taal en rekenen zijn de belangrijkste vakken, daarmee zou de helft van de tijd gevuld moeten zijn.
- Kinderen weten nog niet wat ze niet weten en kunnen dus niet beslissen wat ze willen leren.
- Het belangrijkste doel van het onderwijs is dat kinderen leren rekenen, schrijven en lezen.

Ik vind het dus belangrijk dat kinderen verantwoordelijkheid ontwikkelen, dat ze betrokken en actief zijn en dat er tijd en ruimte is voor andere activiteiten. Deze stellingen hebben op dit moment nog niet zo heel veel te maken met mijn onderzoek. Ik wil bij mijn lessen handvaardigheid de kinderen wél betrokken en actief mee laten doen. Misschien komt mijn 'muurtje' nog meer van pas als ik iets verder ben in mijn onderzoek. Wie weet!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten