Vandaag heb ik mijn eerste echte onderzoeksdag gehouden. In de ochtend heb ik een gesprek gehad met mijn mentor. Ze is erg enthousiast over mijn onderzoek en ze heeft met mij de deelvragen en de verkenningsfase besproken. We zijn tot een aantal extra punten gekomen:
- Als eerste hebben we een nieuwe deelvraag erbij bedacht, namelijk:
Hoe ervaar ik de werksfeer in de klas in het algemeen?
Deze deelvraag bestaat weer uit een aantal subvragen:
- Wat is mijn eerste indruk?
- Kan ik de balans opmaken van de positieve en negatieve punten in de klas?
- Wat wil ik in mijn eigen les hiervan leren handhaven?
- Welk (negatief) punt kunnen we over het algemeen ombuigen?
Op deze manier kan mijn mentor ook meedenken over de ontwikkeling van de sfeer in de klas.
Voor de rest hebben we nog een aantal kleine punten behandeld:
- Ik ga vragen of mijn vakdocent beeldende vorming aan het eind van mijn onderzoek op stagebezoek wil komen, om de sfeer en mijn les te beoordelen.
- Ik ga proberen of ik ook bij andere leerkrachten en medestudenten in de school handvaardigheidslessen mag observeren.
Verder heb ik vandaag gewerkt aan het zoeken naar literatuur op school. Helaas heb ik nog niet zo heel veel kunnen vinden. Wel heb ik één meesterwerk meegenomen naar huis en daar ga ik snel in beginnen om wat informatie op te zoeken. Morgen ga ik een handvaardigheidsles geven en daarna ga ik de kinderen vragen stellen over mijn les. Zo kom ik weer meer te weten over hoe zij de sfeer tijdens mijn lessen ervaren!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Dag Judith,
BeantwoordenVerwijderenNogmaals over de sfeer. Probeer dit nog concreter te maken naar aanleiding van de literatuurstudie. Anders blijft het te vaag en algemeen.